Studeren en praktiseren

Invulling geven aan je geloof in heldere stappen.

De islam is zowel studeren als praktiseren, imaan (geloof) zit in je hart, maar uit zich ook middels je daden en uitspraken.

Een enkele keer kun je nog wel eens in een geloofsdiscussie terechtkomen waarbij jouw gesprekspartner zegt: “Het gaat er niet om wat je doet, maar dat je gelooft. En geloof zit in het hart.”

Voordat je nu meteen achterover leunend akkoord gaat, of juist uit jouw vel springt van kwaadheid, reflecteer eerst eens even over jouw eigen gedachten omtrent dit onderwerp. En pak dan de Koran erbij. Je zult zien dat in de islam geldt dat geloof gepaard dient te gaan met goede daden, zowel met de innerlijke daden van het hart of hoofd, als met de uiterlijke daden van woorden en handelingen. Geloof en goede daden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar hoe dan? In dit advies zullen we wat theoretische en praktische handvatten bespreken.

We leren bijvoorbeeld het volgende met een van de eerste hoofdstukken uit de Koran, een hoofdstuk dat we als nieuwe moslims vaak in de gebedsboekjes teruglezen, Hoofdstuk ‘Asr’ of ‘De Tijd’ bijvoorbeeld. Die gaat als volgt:

Bij de tijd. Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies. Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en elkaar aansporen tot de Waarheid en elkaar aansporen tot geduld.

Koran, hoofdstuk 103:1-3

In zijn uitleg van dit prachtige korte hoofdstuk, vermeldt Imam Suhaib Webb het volgende: “Imam al-Shafi’i zei erover dat ‘als dit het enige hoofdstuk was dat aan de mensheid was geopenbaard, dan zou het voldoende voor hen zijn.” Met andere woorden: dit hoofdstuk van de Koran bevat enkele universele waarden, waarvan iedereen zich bewust zou moeten zijn. Het bevat met name enkele solide adviezen waar een nieuwe moslim of iemand die net weer gaat praktiseren veel aan kan hebben. Laten we er naar gaan kijken.

Allah opent dit vers door te zweren ‘bij de tijd’. Als mens is het niet toegestaan om te zweren bij de tijd, want dit is een deel van de schepping van Allah en dat recht is enkel aan Hem voorbehouden. Vervolgens gaat het vers verder door de mensheid op haar verlies te wijzen. Welk verlies? Voor iedereen? Nee, het verlies zal voorbij gaan aan de mensen die zich aan het volgende houden: 1) Geloven. 2) Goede daden verrichten. 3) Elkaar aansporen tot de waarheid en standvastigheid (geduld).

Nu kun je zeggen dat je deze zaken al doet door terug te keren naar God. Door überhaupt moslim te worden: door de getuigenis met oprechtheid uit te spreken. Of door opnieuw te starten met praktiseren: door berouw te tonen en vergiffenis te vragen aan Allah voor jouw onachtzame gedrag. En daarin heb je gelijk, maar het is slechts een begin.

Je zult merken dat zowel jouw geloofsovertuiging als jouw goede daden ‘onderhoud’ nodig hebben. Het is niet voor niets dat Allah dit korte maar belangrijke hoofdstuk afsluit met het woord ‘sabr.’ Vaak wordt dit vertaald met ‘geduld’ – en een van de componenten ervan is ook zeker geduld – maar eigenlijk heeft het te maken met doorzettingsvermogen, met vasthouden aan behaalde resultaten en erop voort borduren. Kortom: ‘sabr’ omschrijft een totaalpakket aan standvastigheid in geloof en in goede daden. En dat is de tandem die je naar het paradijs zou moeten fietsen.

Tot zover de theorie. Hoe gaan we hier nu mee aan de slag?

Allereerst is het zaak om prioriteiten te stellen. Deze lijst met prioriteiten zal voor iedereen net iets anders liggen, maar in de regel kun je stellen dat geloof uitgaat vóór de daden. Dus eerst dien je te komen tot een goed besef van de basisovertuiging van de moslim: wat betekent het om te zeggen dat niets of niemand het waard is om aanbeden te worden dan Allah? En wat betekent het om te zeggen dat Mohammed (vrede en zegeningen zijn met hem) Zijn dienaar en boodschapper is?

Daar kun je zelf over lezen of filmpjes over kijken. Nog beter is het om lessen te volgen bij moskeeën of islaminstituten. Sommige theologische kennis kan wat lastig te behappen zijn, omdat het goede duiding en uitleg van de context nodig heeft. Doe dit dan ook, investeer in lessen door er tijd en geld aan te besteden. Het zal je een sterke basis geven voor de rest van jouw leven.

Een kleine waarschuwing: net als binnen andere geloofsgemeenschappen is er op bepaalde vlakken meningsverschil binnen de islamitische gemeenschap. Probeer dit van tevoren te beseffen en er niet teveel aandacht aan te schenken. De verschillen bevinden zich vaak in de details en wanneer je net begint met praktiseren gaat het om de grote lijnen. Maak je dus niet druk over dergelijke zaken en laat je ook niet op de kast jagen door anderen die hier wel een punt van maken. Laat het debatteren aan de grote geleerden over, zodat je veel liefde en broederschap voor jouw medestudenten overhoudt.

Wanneer je deze geloofsovertuiging vervolgens goed aan het cultiveren bent (wat een voortdurend proces zal zijn), is het zaak om je op de goede daden te richten. Met stip op één: jouw gebed. De pilaren van de islam beginnen niet voor niets met de getuigenis en vervolgens het vestigen van het gebed. Komt de toevoeging van ‘vestigen’ je wat vreemd voor? Dat kan, meestal wordt dit woordje weggelaten in het bespreken van de pilaren van de islam (getuigenis, gebed, armenbelasting, vasten in ramadan, bedevaart), maar het is een zeer belangrijk punt.

Om het gebed te leren is namelijk niet veel nodig: een gebedsboekje, een filmpje, wat korte hoofdstukken uit de Koran en gaan! Echter, waar velen voor je van kunnen getuigen: vasthouden aan de routine, door vijf maal daags binnen zijn tijd het gebed te verrichten, dat is andere koek! Hoe je daarmee aan de slag moet gaan is door het simpelweg te doen.

Zorg ervoor dat je een gebedslijst hebt (maandlijst met alle gebedstijden, in de moskee of online te verkrijgen) of een gebeds-app en zorg dat je de basis van het gebed hebt geleerd. Ook dit kun je zelfstandig leren of met een docent (of met een bevriende broeder of zuster). Maar ga ermee aan het werk. Zet jouw alarm, sta op in de nacht. Bouw vervolgens je middagpauze om jouw tweede gebed heen: wanneer jouw medeleerlingen of collega’s een kopje koffie doen, verricht jij eerst jouw gebed. Wanneer je thuis komt, verricht je eerst jouw namiddaggebed. Wanneer je de gelegenheid hebt, ga je in de avond naar de moskee.

Kortom: vind een weg om de gebeden door de dag heen binnen hun tijdsbestek te verrichten. Na verloop van tijd, vind je de routine wel. Je zult af en toe een terugval hebben, maar dat gebeurt de oudste moslim nog. Gewoon weer in het zadel en opnieuw proberen.

Als je deze geloofszaken begint te begrijpen en het gebed onder de knie hebt (en eraan vasthoudt), zul je merken dat je een beginnetje hebt gemaakt met een behoorlijk aantal zaken: het leren over Allah en over het leven van de profeet (vrede en zegeningen zijn met hem), het lezen van (kleine stukjes) Koran en smeekbeden, hoe het er in een moskee aan toe gaat en hoe een islamitische les in elkaar steekt. Al gauw zul je dan doorkrijgen waar voor jou de volgende prioriteiten liggen. Misschien bij het doorleren over theologie, misschien bij de verdieping van het leren van de Koran, misschien juist bij het verdiepen van de broederschapsbanden in de moskee. Vind je eigen weg. Houd vast aan geboekte vooruitgang en zoek het goede gezelschap van je broeders of zusters op. Je komt er wel met de hulp van Allah.