Khutba 4 - Afgunst

Khutba 4 - Afgunst

Beste broeders en zusters,

 

Afgunst is een innerlijke ziekte die de individuen en de maatschappij schade toe brengt. Vandaag zal ik het met de wil van Allah hebben over de betekenis en de categorieën van de afgunst. Het werken is aan ons en het succes komt van Allah.


Wanneer Allah een dienaar (een broeder of een zuster) met iets begunstigt, zal jij je in één van de twee houdingen kunnen vertegenwoordigen:


De eerste houding: hetgeen wat jouw broeder is overkomen; bevalt jou niet en wens jij dat die gunst van de begunstigde wordt ontnomen. Deze houding wordt afgunst genoemd. Kort gezegd kunnen we de afgunst beschrijven als; ‘het niet tolereren van de gunst en het wensen dat de gunst van de begunstigde ontnomen wordt.’


Deze situatie heeft een aantal gradaties:


1. Het wensen dat de gunst van de begunstigde wordt ontnomen, die de persoon heeft benijd. Hierbij is het alleen van belang dat de gunst van de begunstigde wordt ontnomen. Het is niet de bedoeling dat de degene die afgunst toont deze gunst voor zich zelf wil hebben.


2. Het wensen dat de gunst van de begunstigde wordt ontnomen, die de persoon heeft benijd, waarnaar de gunst door de persoon zelf wordt verkregen. Zo ziet het individu dat een ander een mooi bezit heeft, waarnaar hij een wens doet om deze toe te eigenen. Kenmerkend voor deze kwestie is dat de persoon zegt:”Waren deze bezittingen maar van mij.”


3. Het wensen dat de gunst van de begunstigde wordt ontnomen, die de persoon heeft benijd, omdat het individu deze ook niet bezit. Dat willen zeggen dat als hij niet in staat word gesteld om zo iets te bezitten, dat niemand volgens hem het recht heeft om datgene te bezitten. “Of ik bezit het ook, of niemand bezit het.”


Deze vormen van afgunst behoren tot de afkeurenswaardige afgunst.


De tweede houding:


De dader wil niet dat de gunsten ontbreken, de aanwezigheid en de continuïteit van deze gunsten doet hem geen kwaad, maar wil wel dat hij een gelijke daarvan bezit. (Deze vorm van afgunst is prijzenswaardig) en wordt al-qibta genoemd. Soms wordt het ook wel al-munafasa genoemd.


De eerste houding is in alle instanties verboden verklaard. Indien een zondaar of een vijand iets bezit (rang/materie), dat gebruikt wordt om het volk te onderdrukken, doet de persoon geen kwaad als hij/zij wenst dat het bezit van de desbetreffende personen worden ontnomen. De reden hiervoor is dat de spreker niet uit afgunst wenst om het bezit van de begunstigde te ontnemen, maar dat wenst hij/zij om een einde te maken aan het onheil dat gaande is.


Afgunst is een van de eigenschappen van de hypocrieten. De hypocrieten willen niet dat de moslims het goede overkomt. Wanneer dit gebeurt, wensen ze de decadentie van het goede oftewel ze benijden de moslims. Ze worden blij en ontspannen zich wanneer de moslims een ramp overkomt. Allah karakteriseert de hypocrieten als volgt: (interpretatie van de betekenis)


“Als jullie het goede overkomt, zijn zij verdrietig; maar als jullie het slechte overkomt, zijn zij daar blij mee. Maar als jullie geduldig zijn en (Allah) vrezen, dan zal hun listigheid jullie geen schade berokkenen. Voorwaar, Allah omvat wat zij doen. (Aali cImraan 120)

Afgunst is het vertonen van ontevredenheid over de Rechtspraak van Allah en het Lot (al-qadr), omdat deze de ene boven de ander bevoorrecht.

Daarentegen benijdt de gelovige een ander broeder niet. De moslim heeft zelfs liever dat de ander (broeder/zuster) in goede staat is, dan dat hij zelf op die positie zijn leven mag doorbrengen.

AllahTeâlâ prijst de Ansaar wegens hun gebrek aan afgunst (interpretatie van de betekenis):

 “En degenen die vóór hen in de stad (medinah) woonden en geloofden (de Ansaar), zij houden van degenen die (vanuit Mekka) naar hen zijn uitgeweken, zij vinden in hun hart geen jaloezie op wat (aan hen) gegeven is. En zij geven aan (hen) voorrang boven zichzelf, ook al is er behoefte onder hen. En wie zich hoedt voor zijn eigen gierigheid: dat zijn degenen die zullen welslagen.” (Al-Hasjr 9)

Dus het feit dat een broeder/zuster begunstigd is, doet hen in negatieve zin helemaal niets.

Bij de gelovige is er wel sprake van al-Qibta, hij/zij vraagt juist aan Allah om hem hetzelfde te geven, waardoor hij in dezelfde mate wordt beloond als de begunstigde persoon.

Volgens een overlevering die door Aboe Kabsjah 'Amr ibn Sa'd Al-Anmaarie wordt verhaald waarin hij de boodschapper van Allah heeft horen zeggen(interpretatie van de betekenis):

 

“Ik kan jullie drie dingen garanderen. En herinner jullie goed wat ik ga zeggen: De bezittingen van geen dienaar wordt door liefdadigheid verminderd; Allah vergroot de eer van een dienaar die onrechtvaardigheid geduldig verdraagt; en geen dienaar opent de deur tot bedelen of Allah opent voor hem de deur tot armoede (of woorden van soortgelijke strekking)."Herinner jullie goed wat ik jullie ga vertellen."Hij zei: "de wereld kent vier soorten mensen:
1) Een dienaar die door Allah van rijkdom en kennis voorzien is, en die zijn Heer vreest, en hij onderhoudt de familiebanden en hij erkent de rechten van Allah op hem. Zo een is in de beste positie.
2) (Dan is er) de dienaar die door Allah voorzien is van kennis, maar hij is niet voorzien van rijkdom, en hij is oprecht in zijn intentie, en zegt: 'Als ik rijkdommen bezeten had, dan had ik als die ander gehandeld,' dat is zijn intentie.
Zij worden beiden gelijk beloond.
3) (Dan is er) de dienaar die door Allah voorzien wordt van rijkdommen maar niet van kennis en hij verkwanseld zijn rijkdommen onwetend, en hij vreest niet zijn Heer. Hij onderhoudt niet de familiebanden en erkent niet de rechten van Allah. Zo een is in de slechtste positie.
4) (Dan is er) de dienaar die niet door Allah van kennis en rijkdommen voorzien is, en hij zegt: Als ik rijkdommen had bezeten, dan had ik als die ander(hierboven genoemde) gehandeld,' dat is zijn intentie. Zij zijn gelijk in zondigheid." (Tirmidzi)


“Wa’l-hamdoelillahie Rabbi’l A’lemien.”