Khutba 27 - Ashaboe’l Oechdoed -1-

Khutba 27 - Ashaboe’l Oechdoed -1-

Beste broeders en zusters,

 

Sinds een half jaar luisteren jullie mijn khoetba’s. Ik heb geprobeerd om onderwerpen te kiezen die jullie aangaan, onderwerpen waar jullie van zullen profiteren, onderwerpen die jullie nodig hebben om in het wereldse leven en in het hiernamaals een goed leven te belijden. Onderwerpen die wij behandeld hebben:

 

  • De Scheppingsdoel (aanbidding)

  • At-Taqwa (godsvrucht)

  • Al-Ichlaas (aanbidding met zuiver intentie)

  • Achlaak (goed gedrag)

  • De liefde voor Allah

  • De dood

  • Ootmoedigheid in het gebed

  • etc.

     

    Dit zijn onderwerpen die, wanneer deze na geleefd worden, de weg naar een gelukkig leven in dit wereldse leven en de weg naar het Paradijs vergemakkelijken. Daarom is het van belang om deze onderwerpen veelvuldig te herhalen. Zoals men heeft gezegd: ‘Kennis is als een vogel, het binden ervan is door het te herhalen.’ Dus als je de kennis niet herhaald, vliegt het weg, net zoals een vogel die wegvliegt wanneer jij je handen wat losjes laat.

    Wij zullen dan de komende khoetba’s al deze onderwerpen opnieuw behandelen. Ik zal aan de hand van een verhaal die onze geliefde profeet (v.z.m.h.) heeft verteld, de onderwerpen die wij behandeld hebben, met jullie herhalen. In het verhaal dat ik jullie vandaag zal vertellen komen al de door ons behandelde onderwerpen aan bod. De komende weken zal ik met de wil van Allah stapsgewijs het verhaal uitleggen. Het werken is aan ons, het succes komt van Allah.

     

    Het verhaal …

     

    Soehayb (radijallahoe anh) verteld: “De Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) heeft verhaald:

     

    “Tussen de mensen voor jullie tijd was er een koning. En die koning had een tovenaar. Toen de tovenaar wat ouder werd zei hij tegen de koning: “Ik ben oud geworden. Stuur mij een jonge kerel die nog niet in zijn pubertijd is aangekomen. Zodat ik hem kan leren toveren.” En de koning stuurde een jonge kerel naar hem toe.

     

    Langs de weg waar de jongen liep leefde een priester. Een van de dagen dat hij weer daar langs liep bezocht hij de priester en luisterde naar hem. Hij vond zijn lezingen zo leuk dat hij telkens dat hij naar de tovenaar ging de priester bezocht en genot van zijn lezingen.

     

    Op een dag kreeg de jongen een pak slaag van de tovenaar (WAAROM?). En hierop ging hij klagen bij de priester.

    De priester zei: “Als je bang bent dat je weer een pak slaag krijgt, zeg dan tegen de tovenaar dat je familie jou te lang ophield. En als je bang bent van je familie, zeg dan tegen je familie dat de tovenaar jou te lang ophield.” Toen dit zo verliep kwam hij later een beest tegen die de andere mensen lastigviel. Hij dacht: nu zullen we zien of de tovenaar mij goede dingen heeft verteld, of de priester. En hij raapte een steen van de grond en wierp die richting het beest en zei: O Allah als het werk van de priester u meer tevreden stelt dan die van de tovenaar, neem dan het leven van dit beest zodat de mensen weer verder kunnen. En hierop ging het beest dood. En liepen de mensen weer verder.

     

    De kerel kwam het geval vertellen aan de priester. De priester zei: “Ik zie dat jij vandaag op een hoger niveau bent dan mij. Jij bent op een hoge gradatie gekomen. Jij zult een beproeving meemaken. Vertel absoluut niks over mij als je wordt beproefd.”

     

    De kerel deed de blinde weer zien en maakte de mensen die dodelijke ziektes leden weer gezond. Een goede vriend van de koning die blind was kreeg te horen over deze kerel. En hij nam heel veel waardevolle spullen en ging naar de kerel toe en zei: “Als je mij geneest, zijn al deze spullen van jou. Hierop zei de kerel: “ik ben niet de genezer, dat is Allah. Als je Allah erkent dan zal ik vragen aan Hem dat Hij jou zal genezen. En hierop was de man gaan geloven in Allah waarna Allah zijn ogen onmiddellijk genas.

     

    De vriend van de koning kwam naar de koning en zoals altijd zat hij weer naast hem. Toen vroeg de koning: “Wie heeft jouw ogen beter gemaakt?” De man zei: “de Heer!” De koning zei: “Heb jij een andere Heer dan mij?” De man antwoordde: “De Heer van mij en van jou is Allah! De koning liet de man onmiddellijk de gevangenis ingooien en begon hem te martelen. Tot hij het niet meer aankon en de plaats vertelde van de kerel die hem hielp en leerde dat er enkel 1 Schepper is.

     

     

    De kerel werd ook opgepakt. En de koning vroeg aan hem: “Mijn kind, jouw tovenarij doet de blinden weer zien en dodelijke ziektes verdwijnen. Zo te zien ben je op een hoge gradatie gekomen.” En de kerel zei: “Het is niet mijn kunst het is de gunst van Allah. De koning liet de jongeman onmiddellijk de gevangenis ingooien en begon hem zo erg te martelen dat hij het ook niet aankon en de plaats van de priester vertelde.

    Hierop werd de priester opgezocht en meegenomen naar de koning, waarna aan de priester werd bevolen om zijn religie te verlaten. Maar de priester was zeker van zijn zaak en besloot niet af te dwalen van zijn zaak. Daarop werd er een zaag gebracht en midden op zijn hoofd gelegd. En de priester werd in tweeën gezaagd en alle twee de lichaamsdelen vielen op de grond.

     

    Vervolgens werd de jongeman gebracht. Hem werd hetzelfde bevolen. Verlaat je godsdienst! Hij was ook vastbesloten. De koning beval aan zijn mannen om hem mee te nemen naar de top van de berg en daar opnieuw hem te bevelen om zich af te keren van zijn godsdienst en als hij instemt, is dat mooi zo niet gooi hem dan van de berg af. En de mannen van de koning deden wat de koning van hen vroeg. De jongeman zei: “Oh Allah!” Red mij op welke manier U wenst mij te redden! Hierop begon de berg te schudden en viel iedereen van de berg af behalve de jongeman. De jongeman liep naar de koning toe. De koning vroeg: “Wat is er gebeurd met de mannen die ik met jou heb meegestuurd? En de jongeman antwoordde: “Allah heeft me gered van hun kwaad. Ditmaal beval de koning aan zijn mannen om hem met een schip mee te nemen in het midden van de zee en daar opnieuw hem te bevelen om zich te keren van zijn godsdienst en als hij toestemt, is dat mooi, zo niet gooi hem de zee in! En de mannen van de koning deden wat de koning van hen vroeg. De jongeman zei: “Oh Allah!” Red mij op welke manier U wenst mij te redden! En het schip werd onmiddellijk omzeild en de mannen verdronken. De jongeman liep weer naar de koning toe. De koning vroeg: “Wat is er gebeurd met de mannen die ik met jou heb meegestuurd? En de jongeman antwoordde: “Allah heeft me gered van hun kwaad.

     

    En de jongeman zei:”Zolang je niet mijn wens volbrengt zal je mij niet kunnen schaden.” De koning vroeg:”Wat is jouw wens dan?” De jongeman antwoordde:”Verzamel de mensen op een groot plein, bindt mij vast aan een boomstam en pak een pijl en span hem aan je boog en zeg:”In de naam van de Heer van de jongeman!” En laat vervolgens de pijl los en je zult mij doden. De koning liet het volk onmiddellijk op een plein verzamelen en bond de jongeman vast aan een boomstam. En greep naar een pijl uit zijn zak en spande hem aan de boog en zei:”In de naam van de Heer van de jongeman!” En liet de pijl los. De pijl sloeg neer op de borst van de jongeman waarna hij zijn hand op de plaats waar de pijl insloeg zette en vervolgens de dood trof.

    Het volk zei:”We geloven in de Heer van de jongeman! We geloven in de Heer van de jongeman! We geloven in de Heer van de jongeman!” Hierop kwamen de mannen van de koning bij elkaar en zeiden:”Hetgeen je vreesde is je overkomen. Het volk is gaan geloven in de Heer van de jongeman!” En vroegen de koning wat nu te moeten doen. De koning beval de mannen een grote grafkuil te graven langs de weg en er vuur in te steken. De koning zei:”Wie is afgekeerd van zijn godsdienst moet worden verbrand.” Of er werd wellicht de koning zelf gevraagd dat te doen. En het bevel van de koning werd uitgevoerd. Bij het uitvoeren van het bevel kwam er een vrouw met een baby die tegenstribbelde en niet het vuur in wou. Waarbij de baby tot spreken kwam en zei:”Moeder heb geduld, want u bent op het rechte pad! (Overgeleverd door Moeslim)

     

    Dit was het verhaal. De komende weken zal ik met de wil van Allah stapsgewijs het verhaal uitleggen.

     

     

    “Wa’l-hamdoelillahie Rabbi’l A’lemien.”