Khutba 28 - Ashaboe’l Oechdoed -2-

Khutba 28 - Ashaboe’l Oechdoed -2-

Beste broeders en zusters,

 

Vorige week heb ik jullie het verhaal van Ashaboe’l Oechdoed verteld. Jullie kennen het bekende verhaal … Een jongen leert toveren van een tovenaar. Onderweg naar de tovenaar maakt hij kennis met een priester, die hem leert dat Allah de enige is die het waard is aanbeden te worden. Op een gegeven moment begint de jongen de mensen uit te nodigen naar de aanbidding van Allah. De koning kan dit niet uit staan en probeert dit kind op verschillende manieren te vermoorden. Maar telkens lukt het hem niet. De jongen verteld de koning dat hij hem nooit zal kunnen vermoorden, behalve als hij de aanwijzingen van de jongen volgt. De koning volgt de aanwijzingen van het kind en vermoord het kind. Waarna het volk gelooft in de Heer van de jongen. De koning laat kuilen graven en laat er vuur in steken. De gelovigen die standvastig zijn in hun geloof worden in het vuur gegooid. In de Koran verteld Allah ons over deze trieste gebeurtenis:

 

قُتِلَ أَصْحَابُ الْأُخْدُودِ . النَّارِ ذَاتِ الْوَقُودِ. إِذْ هُمْ عَلَيْهَا قُعُودٌ. وَهُمْ عَلَى مَا يَفْعَلُونَ بِالْمُؤْمِنِينَ شُهُودٌ. وَمَا نَقَمُوا مِنْهُمْ إِلَّا أَنْ يُؤْمِنُوا بِاللَّهِ الْعَزِيزِ الْحَمِيدِ. الَّذِي لَهُ مُلْكُ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَاللَّهُ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ شَهِيدٌ. إِنَّ الَّذِينَ فَتَنُوا الْمُؤْمِنِينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ ثُمَّ لَمْ يَتُوبُوا فَلَهُمْ عَذَابُ جَهَنَّمَ وَلَهُمْ عَذَابُ الْحَرِيقِ.

 

4. Vervloekt zijn degenen die groeven maakten, 5. Daarin vuur stookten - (om de gelovigen te verbranden) 6. Zie! Zij zaten er bij, en keken toe 7. En waren getuigen van wat zij de gelovigen aandeden. 8. En zij wreekten zich slechts op hen omdat zij in Allah geloofden, de Almachtige, de Geprezene. 9. Aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort; en Allah is Getuige van alle dingen. 10. En zij, die de gelovige mannen en vrouwen vervolgen en dan geen berouw hebben, voor hen is de straf der hel, en hen wacht de straf van het branden. (Soerah al-Boeroej: 4 t/m 10)

 

Ik zal aan de hand van dit verhaal die onze geliefde profeet (v.z.m.h.) heeft verteld, de meeste onderwerpen die wij behandeld hebben tijdens de khoetba’s, met jullie herhalen. Want in dit verhaal komen de meeste door ons behandelde onderwerpen aan bod. Ik zal vandaag beginnen met het uitleggen van dit verhaal. Ik zal vooral stilstaan bij de leerpunten ervan. En de komende weken zal ik het resterende gedeelte van het verhaal uitleggen. Het werken is aan ons, het succes komt van Allah.

 

Het moraal van dit verhaal:

 

Dit verhaal is afkomstig uit de tijd van de kinderen van Israel. Het heeft plaats gevonden tussen de periode van Jezus en Mohammed vrede zij met hen. Want congregatie is pas ontstaan na de openbaring van Jezus Vrede zij met hem. De priester in dit verhaal was een priester die zich bevond op het recht geleide pad van Jezus (vzmh); oftewel hij was een monotheïst.

 

De Profeet Muhammed (vzmh) vertelde dit verhaal opdat het een troost zou zijn voor de moslims. Zodat de metgezellen zouden beseffen dat men ook veel problemen en drama`s na de eerdere openbaringen moesten meemaken. Bij de eerdere openbaringen ontstonden hele erge problemen. Als de mensen eenmaal de profeten hebben erkend dan zijn problemen ook niet te vermijden. Maar zeer zeker zal het einde mooi zijn, die het waard is. Iemand die een ernstige ziekte ondergaat zal getroost en opgelucht zijn als diegene hoort dat anderen ook door de zelfde ziekte zijn getroffen. Iemand die ruzie krijgt met zijn echtgenoot, zal getroost zijn als diegene hoort dat anderen ook hetzelfde probleem hebben met hun echtgenoten. Degene zal opgelucht zijn door de gedachte:“Ik ben niet de enige die ruzie heeft met zijn echtgenoot, er zijn zelfs ergere.”

En net zo reageren de moslims wanneer ze dit verhaal horen, en zullen denken: Als de mensen eenmaal de profeten hebben erkend dan zijn problemen ook niet te vermijden.” Maar zeer zeker zal het einde mooi zijn, die het waard is. Deze gedachte zal de moslims troosten.

 

  • “Tussen de mensen voor jullie tijd was er een koning. En die koning had een tovenaar. Toen de tovenaar wat ouder werd zei hij tegen de koning: “Ik ben oud geworden. Stuur mij een jonge kerel die nog niet in zijn pubertijd is aangekomen. Zodat ik hem kan leren toveren.” En de koning stuurde een jonge kerel naar hem toe.

     

    De tovenaar vroeg om een leerling. Want hij was oud en zodra hij dood zou gaan zou deze kennis verloren gaan. Voor hij dood zou gaan wilde hij deze kennis aan een jongeman doorgeven.

     

  • Langs de weg waar de jongen liep leefde een priester. Een van de dagen dat hij weer daar langs liep bezocht hij de priester en luisterde naar hem. Hij vond zijn lezingen zo leuk dat hij telkens dat hij naar de tovenaar ging de priester bezocht en genot van zijn lezingen.

     

    Deze priester was een monotheïst, (in de overlevering van Tirmizi luidt:”Ik aanbid Allah.”) hij was een mukhlis. En hij sprak de waarheid. Dat is waarom de woorden van de priester invloed had op de jongeman.

     

  • Op een dag kreeg de jongen een pak slaag van de tovenaar. En hierop ging hij klagen bij de priester. De priester zei: “Als je bang bent dat je weer een pak slaag krijgt, zeg dan tegen de tovenaar dat je familie jou te lang ophield. En als je bang bent van je familie, zeg dan tegen je familie dat de tovenaar jou te lang ophield.”

     

    Men zou kunnen denken : ”Hoe is het mogelijk dat een geleerde die zich totaal aan Allah heeft overgegeven de jongen adviseert om te liegen.

     

 (ثلاث من الكذبِ لا أعدهن كذباً: كذب الرجل على امرأته، وكذب الرجل يصلح بين المتخاصمين، وكذب الرجل في الحرب)

 

الكذب على الزوجة

 

 

كذب الرجل على امرأته: يعني فيما لا يجب الوفاء به، مثل: أن يأخذ مهرها أو يأخذ مالها ثم يقول: سنفعل مشروعاً، ثم سآتي لك بالأرباح، وهو يكذب لكي يأخذ المال! فهذا لا يجوز، ولا يحل له أن يكذب عليها ليذهب بحقها، ولكن الكذب المنصوص عليه في الحديث إنما هو فيما لا يجب الوفاء به؛ مثل إظهار المودة والمحبة القلبية.. ونحو ذلك. والمفروض على الرجل ألا يخبر امرأته أن الكذب عليها جائز، لكي يستطيع أن يتصرف، لكن إذا قال لها ذلك، فقد فوت على نفسه خيراً كثيراً، فكلما بدأ بالكذب عليها قالت له: إنك تأخذ أجراً على هذا الكذب، فلم يستفد من رخصة النبي صلى الله عليه وسلم. الكذب على المرأة فيما يتعلق بالمحبة والمودة جائز، كأن يظهر لها أنه يحبها وأنه يعزها، وأنها في سويداء القلب، فهذا مستحب.. لماذا؟ لأن الحياة تصلح بذلك، فهذا هو الكذب الذي عناه النبي عليه الصلاة والسلام في هذا الحديث.

 

الكذب للإصلاح بين الناس

 

 

النوع الثاني من الكذب: كذب الرجل ليصلح بين المتخاصمين. فلو اختصم رجلان، فذهبت إلى أحدهما وقلت له: كنت عند فلان فذكر فضائلك ومحاسنك. وقال: فلان -جزاه الله خيراً- لا أنسى جميله علي.. ونحو ذلك، وذهبت إلى الآخر فقلت له نفس الكلام، فهذا مستحب، وتؤجر عليه إن فعلته.

 

 

الكذب في الحرب

 

 

والنوع الثالث: كذب الرجل في الحرب. وهو النوع الذي أوصى الراهب الغلام به؛ لأنه في حرب مع الملك كما سمعتم. فهذه الأنواع الثلاثة من الكذب جائزة

 

  • Toen dit zo verliep kwam hij later een beest tegen die de andere mensen lastigviel. Hij dacht: nu zullen we zien of de tovenaar mij goede dingen heeft verteld, of de priester. En hij raapte een steen van de grond en wierp die richting het beest en zei: O Allah als het werk van de priester u meer tevreden stelt dan die van de tovenaar, neem dan het leven van dit beest zodat de mensen weer verder kunnen. En hierop ging het beest dood. En liepen de mensen weer verder.

     

    De jongeman refereert naar de priester in zijn smeekbede. Want hij hield van hem en zijn hart ging naar hem uit. En de mens refereert naar degene van wie hij houdt en eerst degene van wie hij houdt.

    De jongeman wilde een teken zien van Allah om zijn hart gerust te stellen. Hij had de waarheid gehoord van de priester, maar alsnog wou hij zijn hart gerust stellen. Er is verschil tussen horen en zien. Het zien zorgt voor meer invloed op het hart. Toen Allah (swt) Mozes vertelde over zijn volk die een koe ging aanbidden had hij niet direct de borden tegen de grond geslagen, maar pas nadat hij erheen ging en met eigen ogen zag smeet hij de borden tegen de grond. En toen deze jongeman zag dat het beest doodviel met een steentje, begreep hij dat de priester daadwerkelijk de waarheid gesproken had.

 

“Wa’l-hamdoelillahie Rabbi’l A’lemien.”