Khutba 35 - De achlaaq van de …

Khutba 35 - De achlaaq van de Boodschapper van Allah صَلَّى اللَّهُ عَلَيهِ وَسَلَّمَ’

Beste jongens en meisjes, broeders en zusters,

 

Tijdens de afgelopen khoetba’s hebben wij enkele belangrijke aspecten van het goede gedrag ‘al-achlaaq’ behandeld. Wij hebben geleerd dat het goede gedrag een geprezen plaats heeft in de Islam. Iemand met een goed gedrag zal geprezen worden door Allah, is geprezen door de Boodschapper van Allah en zal geprezen worden door de dienaren van Allah. Daarnaast hebben wij geleerd dat het goede gedrag een onderdeel is van at-Taqwa (godsvrucht). Zonder goed gedrag is het onmogelijk om een volmaakte Taqwa te bereiken. Ook hebben wij geleerd dat de oorzaak van het slechte gedrag hoogmoed ‘al kibr’ en de oorzaak van het goede gedrag ootmoedigheid ‘al khoesjoe’ is. Vandaag zullen wij met de wil van Allah het hebben over de achlaaq van onze geliefde profeet Mohammed صَلَّى اللَّهُ عَلَيهِ وَسَلَّمَ. Het werken is aan ons en het succes komt van Allah.

 

Allah de Verhevene zegt:

 

وَإِنَّكَ لَعَلَى خُلُقٍ عَظِيمٍ

 

“En jij staat zeker op hoog zedelijk peil (op een hoog niveau van achlaaq).”

 

In deze ayah prijst Allah, de Verhevene, de achlaaq van Mohammed صَلَّى اللَّهُ عَلَيهِ وَسَلَّمَ.

 

En zoals jullie weten, is aan ons allen opgedragen om Rasoeloellah صَلَّى اللَّهُ عَلَيهِ وَسَلَّمَ te volgen en hem als voorbeeld te nemen.

 

لَقَدْ كَانَ لَكُمْ فِي رَسُولِ اللَّهِ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ لِمَنْ كَانَ يَرْجُو اللَّهَ وَالْيَوْمَ الْآخِرَ وَذَكَرَ اللَّهَ كَثِيرًا

“Voorwaar, er is voor jullie in de boodschapper van Allah een prachtig voorbeeld voor ieder die Allah en de laatste Dag vreest, en die Allah vaak herdenkt.” (al Ahzaab;21)

 

D.w.z. dat ons ook opgedragen is om het gedrag van de Boodschapper van Allah صَلَّى اللَّهُ عَلَيهِ وَسَلَّم over te nemen. Dus, ook wij moeten een hoog niveau van achlaaq bereiken. Ook wij behoren hem in zijn gedrag en omgangsmanieren als voorbeeld te nemen. Maar om hem tot ons voorbeeld te nemen moeten wij eerst weten hoe zijn achlaaq was.

 

Aan de hand van enkele voorbeelden wil ik jullie een beeld geven van de geprezen achlaaq van onze geliefde profeet.

 

Zijn gedrag bij het verbeteren van fouten…

 

Anas (Allah zij tevreden met hem) verhaalt: “Terwijl wij met de profeet (vrede zij met hem) in de moskee zaten, kwam een plattelander binnen en stond te urineren in de moskee. Toen begonnen de metgezellen tegen hem te schreeuwen: “Ho! Ho!” – om hem te laten ophouden –, toen zei de profeet (vrede zij met hem): “Onderbreek hem niet, laat hem!” Nadat de plattelander klaar was met urineren, riep de profeet (vrede zij met hem) hem bij hem en zei tegen hem: “Moskeeën zijn niet passend voor deze urine en viezigheid, zij zijn slechts bedoeld voor het gedenken van Allah, het verrichten van het gebed en het reciteren van de Koran.” Waarna de profeet (vrede zij met hem) zich wendde tot de metgezellen en zei: “Jullie zijn als vergemakkelijkkers gezonden en niet als degenen die (de zaken) moeilijk maken, giet er een emmer water overheen. Toen zei de plattelander: “O Allah! Begenadig mij en Mohammed en niemand anders (van de rest).” Hierop zei de profeet (vrede zij met hem): “Voorzeker, je hebt iets verengd dat ruim is” (Overgeleverd door Moeslim)

 

Zijn Hilm (geduldigheid, bedachtzaamheid en verstandige reactie) tijdens omgang met onwetenden en mensen zonder manieren …

 

Anas Ibnoe Maalik (Allah zij weltevreden met hem) zegt: “Ik liep op een dag samen met de profeet (vrede zij met hem) terwijl hij een mantel (afkomstig) uit Nadjraan droeg met een dikke kraag. Ineens kwam een plattelander achter hem, die hem krachtig aan zijn gewaad trok. Ik keek naar de nek van de profeet (vrede zij met hem); hij was bezeerd door het harde trekken. Hij zei: “O Mohammed! Draag (je mensen) op om mij uit het vermogen van Allah, dat jij bezit, te geven. De profeet (vrede zij met hem) keek dan op, lachte en gaf opdracht voor een gift aan hem.” (Boecharie en Moeslim)

 

Straks zal ik nog enkele voorbeelden geven voor het nobele gedrag van onze geliefde profeet.

 

Het geduld van de profeet vrede zij met hem

 

Aicha (Allah zij tevreden met haar) vroeg de profeet (vrede zij met hem) zoals vermeld staat in Sahih al-Boecharie en Sahih Moeslim: ,,Heb jij een dag meegemaakt die zwaarder is dan de dag van Oehoed?” De boodschapper (vrede zij met hem) zei: ,,Jazeker” en hij vertelde haar het verhaal van zijn bezoek aan at-Taa’if. Hij is daar naartoe gegaan om de mensen van Taa’if uit te nodigen naar Allah, de Verhevene, maar hij was teleurgesteld, bovendien werd hij met stenen bekogeld totdat zijn voeten helemaal onder het bloed zaten. Toen hij op de terugweg naar Mekka was, zag hij opeens een wolk boven zijn hoofd hangen, waar Djiebriel zich bevond en die tegen hem zei: “Waarlijk, Allah heeft gehoord wat jouw volk tegen jou zei en wat hun antwoord aan jou was; en voorzeker, Hij heeft de engel die belast is met de bergen naar je toegestuurd om hem op te dragen (hen te bestraffen) met wat jij maar wenst.” De engel van de bergen begroette de profeet (vrede zij met hem) met de vredesgroet en zei: “O Mohammed! Waarlijk, Allah heeft zeker gehoord wat je volk tegen je zei, en ik ben de engel van de bergen; voorzeker, jouw Heer heeft mij naar je gestuurd om mij jouw bevel te geven. Als je zou willen, zal ik al-Akhsjabain (de twee bergen van Mekka) over hen heen omklappen.” Maar de profeet (vrede zij met hem), barmhartig als hij was, zei: “Ik wens dat Allah uit hun lendenwervel mensen voortbrengt, die Hem aanbidden en geen deelgenoten aan Hem toekennen.”

 

Zijn verdraagzaamheid …

 

Anas ibnoe Maalik overlevert: “Ik heb de Profeet (vrede zij met hem) tien jaar gediend en nooit zei hij iets tegen mij omtrent mijn handelen: “Waarom heb je dat gedaan?” Of omtrent iets wat ik niet heb gedaan: “Waarom heb je dat niet gedaan?” (al-Boechari)

 

Zijn omgangsmanieren met de dienaren van Allah …

 

Anas radiyallahoe anh zei: Wanneer iemand de boodschapper van Allah een hand gaf, liet hij niet los totdat die man zijn hand losliet. Hij keerde zijn gezicht nooit totdat de andere zijn gezicht keerde. Het is nooit gezien dat hij zijn knieën strekte bij iemand die naast hem zat. (Overgeleverd door Aboe Dawoed en Thirmidhie bi lafzihi)

 

Bij deze vraag ik Allah om ons allen te begunstigen met de nobele achlaaq van onze geliefde profeet Mohammed صَلَّى اللَّهُ عَلَيهِ وَسَلَّمَ. Hij is onze Helper. Hij is in staat om ons datgene te geven wat wij van Hem vragen.

 

 

“Wa’l-hamdoelillahie Rabbi’l A’lemien.”