Khutba 40 - Godsvrucht -2-

Khutba 40 - Godsvrucht (2)

Beste broeders en zusters,

Allah zegt:

“En ik heb de djinn en de mens slechts geschapen om Mij te aanbidden” (Ad-Dhariyaat: 56)

Deze ayah leert ons het scheppingsdoel. Onze scheppingsdoel, zoals blijkt uit deze ayah, is aanbidding van Allah. Maar wat is het doel van de aanbidding? Allah zegt:

يَا أَيُّهَا النَّاسُ اعْبُدُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ وَالَّذِينَ مِنْ قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ

“O mensen, aanbidt uw Heer, die jullie en degenen, die vóór jullie waren, schiep - zodat jullie wellicht (Allah) zullen vrezen. (al-Baqarah: 21)

Het doel van de aanbidding is at-taqwah. Wat is het doel van at-taqwah? Allah zegt:

إِنَّ اللَّهَ يُحِبُّ الْمُتَّقِينَ

“Voorzeker, Allah houdt van de godvrezenden.” (at-Tawbah: 7)

Het doel van at-taqwah is de Liefde van Allah en de nabijheid van Allah.

Kortom; het scheppingsdoel is aanbidding. Het doel van de aanbidding is at-taqwah. En het doel van at-taqwah is het verkrijgen van de Liefde van Allah.

Aanbidding van Allah is bekend bij jullie. Maar wat houdt at-taqwah in?

At-taqwah is dat de dienaar tussen zichzelf en datgene wat hij vreest (d.w.z. het verkrijgen van de Toorn van zijn Heer, de Straf van Allah, de Boosheid van Allah), een afscheiding stopt die hem zal beschermen. En dit door Hem te gehoorzamen en zich te onthouden van het ongehoorzaam zijn aan Hem.

Dus als iemand Allah gehoorzaamt en afstand neemt van de verboden zaken, zal hij at-taqwah bereiken. At-taqwah brengt vele voordelen met zich mee, in deze wereld en in het hiernamaals.

Hier zijn enkele duidelijke voordelen, die het resultaat zijn van het vrezen van Allaah, in deze wereld (volgende week zullen wij inshallah de voordelen van at-taqwah in het hiernamaals behandelen):

[1] Voorwaar, het vrezen van Allaah maakt de algemene zaken van de mensheid gemakkelijk.

وَمَن يَتَّقِ اللَّهَ يَجْعَل لَّهُ مِنْ أَمْرِهِ يُسْرًا

“En wie taqwah (vrees) heeft voor Allaah, voor hem zal Hij zijn zaak makkelijk maken.” (at-Talaq: 4)

                                 فَأَمَّا مَن أَعْطَى وَاتَّقَى وَصَدَّقَ بِالْحُسْنَى فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى                                 

“Wat betreft degene die geeft en (Allaah) vreest. En in de goede beloning (het Paradijs) gelooft. Wij zullen voor hem het gemakkelijke vergemakkelijken.” (al-Layl: 5-7)

[2] Taqwah beschermt de mensheid tegen het kwaad van shaytaan.

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

إِنَّ الَّذِينَ اتَّقَواْ إِذَا مَسَّهُمْ طَائِفٌ مِّنَ الشَّيْطَانِ تَذَكَّرُواْ فَإِذَا هُم مُّبْصِرُونَ

“Voorwaar, wanneer degenen die (Allaah) vrezen door een influistering van de Satan getroffen worden, gedenken zij (Allaah). En dan zien zij (de Waarheid) in.” (al-A’raf: 201)

[3] Voorwaar, taqwah is ook de oorzaak voor het openen van de zegeningen vanuit de hemelen en de aarde voor hen.

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

وَلَوْ أَنَّ أَهْلَ الْقُرَى آمَنُواْ وَاتَّقَواْ لَفَتَحْنَا عَلَيْهِم بَرَكَاتٍ مِّنَ السَّمَاء وَالأَرْضِ

“En als de inwoners van de steden hadden geloofd en (Allaah) hadden gevreesd, dan hadden Wij zeker voor hen zegeningen uit de hemel en de aarde geopend…” (al-A’raf: 96)


[4] Taqwah maakt de dienaar van Allaah succesvol in het onderscheiden van de waarheid en de leugen, en het hebben van kennis over elk van deze.

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

يِا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُواْ إَن تَتَّقُواْ اللَّهَ يَجْعَل لَّكُمْ فُرْقَاناً

“O jullie die geloven, als jullie Allaah vrezen, zal hij jullie een onderscheidingsvermogen (Foerqaan) geven…” (al-Anfal: 29)

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَآمِنُوا بِرَسُولِهِ يُؤْتِكُمْ كِفْلَيْنِ مِن رَّحْمَتِهِ وَيَجْعَل لَّكُمْ نُورًا تَمْشُونَ بِهِ

“O jullie die geloven (in Mozes(Joden) en in Jezus(Christenen)), vreest Allaah en gelooft in Zijn Boodschapper, dan zal Hij jullie dubbel van Zijn Barmhartigheid geven en jullie een licht geven waarmee jullie (recht) zullen voortgaan…” (al-Hadied: 28)

[5] Als een gelovige in moeilijkheden is, voorwaar, het hebben van taqwah maakt het mogelijk voor hem om eruit te komen, en om voorzieningen en verlichting van Allaah te verkrijgen, (het gelijke) van wat hij zich nooit had kunnen voorstellen.

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

وَمَن يَتَّقِ اللَّهَ يَجْعَل لَّهُ مَخْرَجًا وَيَرْزُقْهُ مِنْ حَيْثُ لا يَحْتَسِبُ

“…En wie Allaah vreest, die zal Hij een oplossing geven. En Hij voorziet hem van waar hij het niet verwacht…” (at-Talaq: 2,3)

[6] Taqwah zorgt ervoor dat een gelovige niet bang is wanneer enig kwaad hem treft veroorzaakt door de vijanden of hun samenzweringen.

Allaah, de Allerhoogste, verklaart:

وَإِن تَصْبِرُواْ وَتَتَّقُواْ لاَ يَضُرُّكُمْ كَيْدُهُمْ شَيْئًا

“…Maar als jullie geduldig zijn en (Allaah) vrezen, dan zal hun listigheid jullie geen schade berokkenen. Voorwaar, Allaah omvat wat zij doen.” (A-li Imraan: 120)

[7] Taqwah zorgt ervoor dat een gelovige kennis vergaard, en het is de sleutel tot kennis.

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

وَاتَّقُواْ اللَّهَ وَيُعَلِّمُكُمُ اللَّهُ


“…En vreest Allaah, dan zal Allaah jullie onderwijzen, en Allaah is Alwetend over alle zaken.” (al-Baqarah: 182)


[8] Taqwah zorgt ervoor dat een gelovige sterk wordt. Een persoon die taqwah heeft zal beschermd worden tegen dwaling, en het afwijken van de Rechte Weg, nadat Allaah hem leiding geschonken heeft.

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

وَأَنَّ هَـذَا صِرَاطِي مُسْتَقِيمًا فَاتَّبِعُوهُ وَلاَ تَتَّبِعُواْ السُّبُلَ فَتَفَرَّقَ بِكُمْ عَن سَبِيلِهِ ذَلِكُمْ وَصَّاكُم بِهِ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ

“En dat dit Mijn Weg is, een rechte Weg, volgt het dan, en volgt geen (andere) wegen, want die zullen jullie doen afsplitsen van Zijn Weg. Dat is wat Hij jullie heeft opgedragen, opdat jullie (Allaah) zullen vrezen.” (al-An’am: 153)

[9] Voorwaar, taqwah zorgt ervoor dat de gelovige verheugende tijdingen heeft in dit leven, ofwel doordat het een oprechte droom van hem is of door de liefde die de mensen hebben voor hem.

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

الَّذِينَ آمَنُواْ وَكَانُواْ يَتَّقُونَ (63) لَهُمُ الْبُشْرَى فِي الْحَياةِ الدُّنْيَا وَفِي الآخِرَةِ [يونس:64،63].

“Degenen die geloofden en voortdurend (Allaah) vreesden. Voor hen is er de verheugende tijding in het wereldse leven en in het Hiernamaals.” (Yoenes: 63-64)

Iemaam Ahmed heeft overgeleverd op gezag van Aboe Dardaa dat de Profeet zei met betrekking tot Allaah’s Vers:

لَهُمُ الْبُشْرَى فِي الْحَياةِ الدُّنْيَا

“Voor hen zijn er verheugende tijdingen”

الرؤيا الصالحة يراها المسلم، أو تُرى له

“Dat het de ware goede droom is (die verheugende tijdingen verkondigt) die de moslim zal zien, of hij zal erin gezien worden door iemand anders.”  (Sahieh Moslim)

وعن أبي ذر الغفاري أنه قال: يا رسول الله، الرجل يعمل العمل، ويحمده الناس عليه، ويثنون عليه به فقال رسول الله : { تلك عاجل بشرى المؤمن }.

Aboe `Omar al Ghafaarie heeft overgeleverd dat hij de Boodschapper van Allaah vroeg: “O Boodschapper van Allaah! Hoe zit het met de man die goede daden verricht waarmee de mensen hem prijzen en aanbevelen?” De Profeet antwoordde: “Dat is het goede nieuws in het leven van de gelovige.”  (Sahieh Moslim)

[10] Taqwah zorgt ervoor dat de gelovige Allaah’s gezelschap verkrijgt, en hiervan zijn twee vormen:

(I)
De eerste is algemeen voor al Zijn dienaren. Dat Allaah hen vergezelt door middel van Zijn Gehoor, Zicht en Kennis want voorzeker, Allaah, de Allerhoogste, is de Alhorende, de Alziende en de Alwetende van de conditie van al Zijn dienaren.

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

وَهُوَ مَعَكُمْ أَيْنَ مَا كُنتُمْ

“…En Hij is met jullie, waar jullie ook zijn…” (Soerah al Hadied: 49)

Allaah, de Allerhoogste, zegt:

أَلَمْ تَرَ أَنَّ اللَّهَ يَعْلَمُ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الأَرْضِ مَا يَكُونُ مِن نَّجْوَى ثَلاثَةٍ إِلاَّ هُوَ رَابِعُهُمْ وَلا خَمْسَةٍ إِلاَّ هُوَ سَادِسُهُمْ وَلا أَدْنَى مِن ذَلِكَ وَلا أَكْثَرَ إِلاَّ هُوَ مَعَهُمْ أَيْنَ مَا كَانُوا

“Zie jij niet dat Allaah weet wat er in de hemelen en op aarde is? Er is geen geheim gesprek tussen drie mensen, of Hij is hun vierde (met Zijn Kennis, terwijl Hij Zelf zetelt over de troon, boven de zeven hemelen op een manier die bij Zijn Goddelijkheid past); en niet tussen vijf, of Hij is hun zesde; en niet minder of meer dan dat, of Hij is met hen, waar zij zich ook bevinden…” (al-Moedjadalah: 7)

(II)
De tweede vorm is een specifieke vorm van vergezellen wat Allaah’s hulp en steun omvat.

Zoals Allaah, de Allerhoogste, zegt:

لاَ تَحْزَنْ إِنَّ اللَّهَ مَعَنَا

“…’Treur niet, voorwaar, Allaah is met ons.’…” (at-Tawbah: 40)

Er is geen twijfel dat deze specifieke vorm van vergezellen is voor degenen die Allaah vrezen. Allaah, de Allerhoogste, zegt:

 

إِنَّ اللَّهَ مَعَ الَّذِينَ اتَّقَواْ وَّالَّذِينَ هُم مُّحْسِنُونَ [النحل:6].

 

“Voorwaar, Allaah is met degenen die (Hem) vrezen en met degenen die weldoeners zijn.” (an-Nahl: 6)

 

In een ander vers zegt Allah:

 

وَاعْلَمُواْ أَنَّ اللَّهَ مَعَ الْمُتَّقِينَ [البقرة:194].


“…En weet dat Allaah met de moettaqoen is.” (al-Bakarah: 194)

 

At-taqwah zal haar vruchten afwerpen alleen wanneer een persoon Allah vreest in alle omstandigheden. Een godvrezende zal Allah niet alleen vrezen wanneer hij tussen de mensen is, maar zal Allah ook vrezen wanneer hij alleen is. De Boodschapper van Allah zei:

 

“Vrees Allah waar je ook bent en laat een goede daad een slechte daad opvolgen zodat deze haar (de slechte daad) uitwist en ga met de mensen op een goede wijze om.” (Overgeleverd door at-Thirmidhi)

 

Je hebt mensen die zich vroom gedragen tussen de mensen. Wanneer zij een zonde zien zeggen zij gelijk ‘astaghfiroellah’ maar wanneer ze alleen zijn dan vergeten zij Allah en plegen alle soorten zondes. Dit is hypocritie. Zo iemand zal de mensen misschien in de maling kunnen nemen, maar niet de Schepper van de mensen. Allah kijkt ieder ogenblik naar de harten. Hij weet precies wie at-taqwah heeft en wie hypocritie heeft. Moge Allah ons doen laten behoren tot degenen die Hem vrezen in alle omstandigheden.

 

Ik zal deze khoetbah beëindigen met een verhaal waarin at-taqwah van een jongeman wordt omschreven.

 

Een jongedame in de woestijn

 

Een groep van studenten ging samen met een aantal docenten op excursie. Het was een reis waar veel te bezichtigen viel en de studenten moesten verslag maken van alles wat zij zagen tijdens dit uitstapje. In het begin trokken de studenten onder begeleiding van een docente erop uit in groepjes maar na een tijdje ging ieder zijn eigen kant op.

 

Onder de studente was er een jongedame die erg opging in het vastleggen van de bezienswaardigheden dat zij hierdoor ver afdwaalde van de groep. Na uren besloten de docenten te vertrekken met de bus terwijl zij de jongedame achterlieten zonder dat zij dit doorhadden. Toen de jongedame na verloop van tijd terugkeerde naar de verzamelplaats kwam zij erachter dat iedereen al vertrokken was. Tevergeefs riep zij nog om haar heen maar niemand was er meer die haar kon horen. Zij besloot dan maar ook om te gaan lopen in de hoop dat zij een dorp zou tegenkomen. Na een lange tijd te hebben gelopen en gehuild zag zij een kleine verlaten hut en besloot aan te kloppen. Een jongeman van eind twintig deed de deur open en vroeg haar verbaasd: “Wie ben jij?” Zij antwoordde: “Ik ben een studente die hier op excursie met school is gekomen. Maar zij hebben mij achtergelaten en ik weet de weg niet terug.” Hij zei toen: “Je bent in een afgelegen gebied terechtgekomen. Waar jij naar toe moet is helemaal de andere kant op.” Hij bood haar daarop aan om binnen te komen en de nacht in zijn hut door te brengen waarna hij haar in de ochtend zou helpen om thuis te komen. Zij mocht van hem op het bed slapen terwijl hij aan de andere kant van de kamer op de grond zou gaan slapen. De man maakte met behulp van een laken een scheidingswand tussen hem en de jongedame.

 

De jongedame was vervolgens op bed gaan liggen en bedekte uit angst zichzelf volledig, behalve haar ogen om in de gaten te houden wat de man deed. De man zat aan de andere kant een boek te lezen en opeens gooide hij het boek dicht… Zijn blik richtte zich op de kaars die voor hem lag en na een tijdje plaatste hij zijn vinger voor een periode van vijf minuten boven de kaars. Het kon niet anders dan dat hij zijn vinger had verbrand. Dit ritueel verrichtte hij met al zijn vingers terwijl het meisje huilend en vol angst toekeek. Zij dacht bij zichzelf: “Dit moet een djinn zijn die rituele handelingen verricht.”

 

Geen van beiden wist die nacht te kunnen slapen. De volgende dag bracht de man de jongedame naar huis en eenmaal thuis aangekomen vertelde zij in een shocktoestand het verhaal van de man aan haar vader. Als gevolg van de angst die zij die nacht heeft moeten doorstaan werd zij de dagen daarop ziek en verliet haar kamer niet. De vader van de jongedame besloot daarom op zoek te gaan naar de jongeman.

 

Eenmaal de jongeman te hebben gevonden, vroeg hij hem de weg te wijzen zonder te vertellen wie hij was. Toen de vader met hem aan het praten was merkte hij op dat beide handen van de jongeman in verband omwikkeld waren. Hij vroeg hem naar de reden hiervan. De jongeman antwoordde: “Twee nachten terug kwam er een mooie jongedame aan mijn deur en moest noodgedwongen de nacht bij mij doorbrengen. De shaytaan probeerde mij te verleiden tot het plegen van een zonde. Uit vrees iets te doen waar ik spijt van zou krijgen besloot ik mijn vingers te verbranden, de ene na de andere om daarmee mijn seksuele verlangens weg te branden. Ik wilde er alles aan doen om mijzelf niet aan de jongedame te vergrijpen. Dat zou mij namelijk meer pijn doen dan wanneer ik mijn vingers zou verbranden.”

 

De vader was zeer onder de indruk van de jongeman en nodigde hem uit om met hem mee te komen naar zijn huis. Hij besloot om de jongeman met zijn dochter te laten trouwen, zonder dat de jongeman doorhad dat de dochter van deze man dezelfde mooie jongedame was die bij hem de nacht had doorgebracht. Op deze wijze beloonde Allah de jongeman voor het feit dat hij niet toegaf aan de shaytaan door zich te vergrijpen aan deze mooie jongedame met een huwelijksleven met dezelfde mooie vrouw.

 

 

 

 “Wa’l-hamdoelillahie Rabbi’l A’lemien.”