Wanneer zien we Allah?

In het paradijs zullen de gelovigen Allah zien, en er is niets mooiers om te zien dan Allah. Maar is dat een eenmalige ervaring of niet?

Er is verteld door Suhayb ar-Roomi (moge Allah tevreden met hem zijn), dat de profeet (vrede zij met hem) zei: “Wanneer de mensen van het paradijs het paradijs binnengaan, zal Allah – verheven en gezegend is Hij – zeggen: ‘Is er nog iets dat jullie willen?’ Zij zullen zeggen: ‘Heeft U onze gezichten niet verlicht? Heeft U ons niet het paradijs doen binnentreden en ons van het hellevuur gered?’ Dan zal de sluier opgelicht worden en zullen ze krijgen wat hen het dierbaarst is: het kijken naar hun Heer, moge Hij verheerlijkt en verheven zijn.” Overgeleverd door Muslim. Zullen de gelovigen, in overeenstemming met deze hadith, na het betreden van het paradijs Allah slechts eenmaal zien, of zullen zij Allah de hele tijd zien of elke vrijdag, zoals ik eerder hoorde?

Alle lof is aan Allah

Een deel van het geloof van ahl as-soennah wal-djamaa’ah (de mensen die de soennah en de consensus van de gemeenschap volgen) is dat de gelovigen hun Heer, verheven is Hij, op de dag der opstanding en in het paradijs zullen zien. Dit, omdat Allah, verheven is Hij, zegt (dit is een interpretatie van de betekenis): “Sommige gezichten zullen die dag nadirah (schitterend en stralend) zijn, wanneer ze naar hun Heer (Allah) kijken.” [al-Qiyaamah : 22-23]. Hiervoor is ook ander bewijs. Dit is de grootste zegening die Hij, verheven is Hij, hen zal geven.

Als tweede zullen de mensen van het paradijs elke vrijdag een bijeenkomst hebben met hun Heer waarin ze het genoegen hebben om naar Zijn nobele gelaat te kijken.

At-Tabaraani vertelde in al-Mu’jam al-Kabeer (6717) dat Anas ibn Maalik heeft gezegd dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Djibriel kwam naar me toe met een witte spiegel in zijn hand, waar een zwarte plek op zat. Ik zei: ‘Wat is dit, o Djibriel?’ Hij zei: ‘Dit is djumu’ah (vrijdag); het is de meester der dagen en we noemen het yawm al-mazied (de dag van meer). “Daar zullen zij hebben wat zij wensen en Wij hebben nog meer” [Qaaf 50:35]’ Ik zei: ‘O Djibriel, wat betekent “meer”?’ Hij zei: ‘Dat betekent dat jouw Heer een vallei in het paradijs heeft klaargemaakt dat nog heerlijker geurt dan witte muskus. Wanneer de vrijdag komt, in de dagen in het hiernamaals, zal de Heer, verheven en gezegend is Hij, van Zijn troon naar Zijn koersie (stoel) komen, en de koersie zal omgeven zijn door tribunes van licht op welke de profeten zullen zitten. Deze tribunes zullen omgeven zijn door stoelen van goud waarop de martelaren zullen zitten.

De mensen van de kamers zullen naar beneden uit hun kamers komen en op zandhopen van muskus gaan zitten. Zij die op de zandhopen zitten, zullen niet het idee hebben dat diegenen op de stoelen en tribunes het beter hebben dan zij. De Eigenaar van plechtigheid en eer zal dan verschijnen en zeggen: ‘Vraag Mij.’ Zij zullen dan antwoorden: ‘Wij vragen U om Uw tevredenheid, O Heer.’ Hij zal zeggen: ‘Het is vanwege Mijn tevredenheid dat jullie in Mijn paradijs zitten, en jullie zijn geëerd.’ Dan zal Hij (opnieuw) zeggen: ‘Vraag Mij.’ Hij zal hen vragen om te getuigen dat Hij tevreden met ze is. Dan zal Hij (opnieuw) zeggen: ‘Vraag Mij,’ en zij zullen van Hem vragen totdat elk van hen klaar is. Dan zal Hij ze schenken wat geen enkel oog ooit heeft gezien, noch oor ooit heeft gehoord, noch ooit in een gedachte is opgekomen.”

Het is ook verteld door Ibn Abi’d-Dunya in Sifat al-Jannah (88) via een andere isnaad (ketting van overleveraars van de soennah); hij voegde toe: “…er is niets waar zij zich meer op verheugen dan op de vrijdag; hoe meer ze hun Heer mogen zien, hoe meer ze in eer zullen stijgen.”

Al-Mundhiri (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het is verteld door Ibn Abi’d-Dunya en door at-Tabaraani in al-Awsat met twee isnaads (kettingen van overleveraars van de soennah), waarvan één djayyid qawiy (zeer sterk) is.” Een kortere versie is ook verteld door Abu Ya’la; de mensen van deze isnaad (ketting van overleveraars van de soennah) zijn de mensen van as-Sahih. Het is tevens verteld door al-Bazzaar. Einde citaat van at-Targheeb wa’t-Tarheeb, 4/311; geclassificeerd als hassan (goed) door al-Albaani in Saheeh at-Targheeb, 3761.

Sheikh (titel voor een geleerde) ibn Taymiyah (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Ad-Daaraqutni vertelde met een sahih (authentiek) isnaad van ibn al-Mubarak: al-Mas’oodi vertelde ons, van al-Minhaal ibn ‘Amr, van Abu ‘Ubaydah, van ‘Abdullah ibn Mas’ood, die zei: ‘Haast jullie om naar djumu’ah (vrijdaggebed) te gaan, want Allah zal verschijnen aan de mensen van het paradijs op elke vrijdag wanneer ze samenkomen op een zandhoop van kamfer, en hun nabijheid bij Hem zal overeenkomstig zijn met de snelheid waarmee ze in deze wereld naar djumu’ah zijn gegaan.” Daarna gaf hij ze een lijst van isnaads (kettingen van overleveraars van de soennah) hiervoor, en zei hij: “Dit wat Ibn Mas’ood ons vertelde, is iets dat hij alleen van een profeet of iemand die het van een profeet heeft kan weten. Het is bekend dat Ibn Mas’ood het van onze profeet (vrede zij met hem) heeft. Het is niet mogelijk, dat hij het van mensen van het boek heeft. Dit laatste, vanwege de volgende redenen:

1. De sahabah (metgezellen) werd verboden om te geloven wat de mensen van het boek hen vertelden. Hierdoor is het onmogelijk dat Ibn Mas’ood (moge Allah tevreden met hem zijn) iets heeft verteld met de intentie anderen hierover te onderwijzen op basis van iets dat de joden hem verteld hebben.

2. Ibn Mas’ood (moge Allah tevreden met hem zijn) in het bijzonder was één van de meest strikte van de Sahabah (metgezellen)(moge Allah tevreden met hen zijn) wat betreft het aannemen van overleveringen van de mensen van het boek.

3. Djumu’ah (vrijdaggebed) is alleen voor ons weggelegd, en het vroeg naar djumu’ah komen is alleen voorgeschreven in onze religie. Hierdoor is het niet te verwachten dat iets als dit van één van de vroegere profeten kwam, en het is ook niet te verwachten dat de joden dit tegen de ummah (gemeenschap) zouden zeggen. Zij verborgen namelijk kennis en waren er gierig mee, en ze benijdden deze ummah (gemeenschap). Einde citaat van Majmoo’ al-Fataawa, 6/403-405

Muslim (2833) vertelde van Anas ibn Maalik dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “In het paradijs zal er een markt zijn waarnaar ze elke vrijdag zullen komen. De noorderwind zal dan op hun gezichten en kleden blazen en hun schoonheid doen toenemen. Dan zullen ze mooier dan voorheen terugkeren naar hun families en zij zullen tegen hen zeggen ‘Bij Allah, jullie zijn nog mooier teruggekeerd’, en zij zullen zeggen: ‘Bij Allah, jullie zijn ook in schoonheid toegenomen’.”

Sheikh al-Islam [Ibn Taymiyah] zei: Het zou kunnen dat deze hadith korter is dan andere ahadith. De reden voor de toename in schoonheid en alle plezier dat daarvan het gevolg is, is “het zien van Allah, verheven is Hij”. Hierop gebaseerd zou het kunnen dat de gelovige vrouwen Allah zullen zien in hun huis in het paradijs op een dusdanige manier dat hun schoonheid toeneemt, als de reden voor de toename het zien van Allah is, zoals uitgelegd in andere ahadith.

Samengevat, zeggen we dat in sommige andere ahadith meer details worden gegeven dan in deze hadith over het zien van Allah op vrijdagen, maar er is geen verbinding met het djumu’ah gebed in deze wereld. In de hadith van Abu Hurayrah wordt de markt op vrijdag in het paradijs genoemd, en in sommige ahadith wordt gezegd dat zij met Allah zullen zitten. De mate van Zijn nabijheid is vergelijkbaar met de snelheid waarmee ze zich in deze wereld naar djumu’ah hebben gehaast. Er wordt niets gezegd over het zien van Allah – zoals hierboven beschreven in de hadith van Ibn Mas’ood. In sommige gevallen is er een combinatie van zien en zitten; dit is het geval in de meerderheid van de ahadith. Einde citaat van Majmoo’ al-Fataawa, 6/408-409

Hij heeft ook gezegd: Het zien van Allah in het hiernamaals is verbonden met de gezamenlijke gebeden. Het is voorgeschreven voor de mannen in deze wereld om samen te komen bij elk vrijdaggebed, om Allah te gedenken en voldoening te vinden in het ontmoeten van Hem . Elke vrijdag zal er in het hiernamaals dan een bijeenkomst plaatsvinden waarbij er met Hem gepraat kan worden, Hij gezien kan worden en er vreugde gevonden zal worden in Hem ontmoeten. De Soennah stelt dat de vrouwen bijeen moeten komen voor het gebed op ‘ied (feest), zelfs de vrouwen die menstrueren, en in de tijd van de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) kwamen de meeste vrouwen bijeen tijdens ‘ied. Hun ‘ied in het hiernamaals zal inclusief het zien van Allah zijn, overeenkomstig met hun ‘ied in deze wereld. Einde citaat van Majmoo’ al-Fataawa,6/420

Ten derde betekent het niet dat de mensen van het paradijs hun Heer, verheven is Hij, alleen op vrijdag zien en niet op andere dagen. De mensen van het paradijs zullen verschillende geneugten meemaken, en hun grootste geluk is het zien van hun Heer, verheven is Hij, in het paradijs. Net zoals ze zullen verschillen in de fysieke geneugten van het paradijs, zullen zij ook verschillen in de mate van immaterieel geluk. Maar het bevestigen of afwijzen van het idee van Hem elke dag zien, hangt af van een betrouwbare hadith van de profeet (vrede zij met hem) . Voor zover wij weten, heeft zo’n hadith ons niet bereikt.

Sheikh al-Albaani (moge Allah hem genadig zijn) zei: De gelovigen zullen hun Heer elke vrijdag zien; of dit elk uur of elk moment van de dag is, is ons niet bekend. Einde citaat van Duroos Mufraghah li’sh-Shaykh al-Albaani (43/3)

En Allah is alwetend

Bewerkt en vertaald via islamqa